• Artiest: Persil
  • Titel: Comfort Noise
  • Label: Transformed dreams
  • Datum bespreking: 29 Mei 2006

Doe de afwas!


De timing van de release van de tweede cd van het Amsterdamse duo Persil, Comfort Noise, had niet beter kunnen zijn. Het is voorjaar en we zijn wel weer toe aan een beetje levenslust. Aan vocaliste Martine Brinksma en instrumentalist David Lingerak zal het niet liggen: 12 tracks lang zetten ze hun beste humeur op en het werkt aanstekelijk. De gebiedende titel van openingstrack ‘Light Up My Life’ spreekt in dit verband voor zich.

Het geluid van Persil laat zich met een paar typeringen omschrijven: een dunne, lichte zangstem, een vervormd gitaargeluid, overspannen synthesizers en energieke drums. ‘Comfort noise’ is een term uit de telefonie die duidt op de voortdurende ruis op de achtergrond van de gesprekken. Deze ruis wordt naar verluid bewust toegevoegd om de overige geluiden die op de lijn hoorbaar zijn, klikjes en bliepjes stel ik me voor, te camoufleren.

Ondergetekende draait zijn cd’s vaak tijdens de afwas: soms staat hij alleen in de keuken, soms heeft hij gezelschap. Heeft hij gezelschap, dan wordt er vaak een gesprek gevoerd. In dat geval fungeert de cd van Persil als ‘comfort noise’, die echter niet zo comfortabel is. Staat ondergetekende echter alleen in de keuken, dan wordt a) de vaat veel schoner, en b) de muziek veel beter.

De strekking van de muziek van Persil is minder eenvoudig te omschrijven. Het synthesizergeluid doet denken aan de muziek uit de jaren ’80, een episode uit de geschiedenis van de popmuziek die al enige tijd een revival beleeft. Er past een prettig soort ironie bij deze revival, meer bands die op deze stijl teruggrijpen maken daar gebruik van (denk aan Franz Ferdinand, Kaiser Chiefs). Zo ook Persil: prominente synthesizergeluiden, vette bassen, repeterende motieven en een grote hoeveelheid geluidseffecten en samples. Het is een soort ‘glamrock’-ironie, waarmee het duo zich niet voor één gat laat vangen. De ironische ondertoon van de teksten en de lijzige, soms wat snerende manier van zingen geeft de doorgaans vrolijke liedjes een scherp randje. Het resulteert in een vrolijke, experimentele en zeer dansbare cd met een uitgebalanceerd geluid.

Ondanks, of juist vanwege de hang naar experiment, klinkt de cd zeer homogeen. Van het wat donkere ‘Make-do and mend’ via het aandoenlijk lieve ‘Alice Austen’ naar het meeslepende ‘PS’: Persil blijft trouw aan het eigen geluid. Dat betekent overigens niet dat er niets te beleven zou zijn aan de liedjes, integendeel: de cd groeit bij elke luisterbeurt. Ik zou u daarom als volgt willen oproepen: het is voorjaar. Doe de afwas! En doe de afwas vaak.

Edwin Fagel

Eerdere Chicksingerafleveringen vindt u hier.