• Artiest: Talk to Her
  • Titel: Home
  • Label: Shyrec
  • Datum bespreking: 1 september 2018

geluidloos hing de nacht


Italjeniese & ik herinner me nog wel, of hoe het licht toen viel. We woonden er toen nog niet zo lang, mijn kinderen waren in geen velden mijn kinderen waren in geen wegen en ik weet daar staan nog wel en dat de wind een beetje waaide en de wind blies het stof voort en de wind blies het stof terug en was het niet dat, wat hij zei, we stonden nog want we hoefden niet, en hij was er geweest die zomer, een vliegtuig vloog over presies toen, dat vliegtuig herinner ik me nog haarscherp maar niet meer wat hij zei was het niet dat de Italjenen geen popkultuur hadden?, hij was die, diene mensj was gans de weg naar daar gegaan, was met de Peuzjoo naar Italië gereden, met zijn kinderen achterin, enkel radikalen kunnen andere kulturen verstaan, enkel kinderen kunnen gaan, kunnen gaan, kunnen gaat laat, laat, laat de, laat de kinderen tot, laat de kinderen tot mij, & de mijne bestonden nog niet eens in gedachten, jüst wöörs du noch jung - und dän is’t aal vüörbi, ik dacht dat wij het waren maar we waren het allemaal, zei hij dat Italië niks wezenlijks had bijgedragen aan de popmjoeziek?, zei hij iets?, (zei je wat?), ik weet de woorden nog wel bij benadering, ik weet mijn huis nog wel, toen, in die dagen, en ik weet Wora Wora Washington nog, Washington dat was toch die met die lederen pet die met die baard die die altijd op een tandenstoker kauwde?, & dat album van ze hoe heette dat album van ze ookalweer?, “Technoverse” ofzoiets, & toen, & toen, & toen, & toen kwam Mirror, de postpunk maar dan een paar straten te ver geduwd, of is het dark wave of dubstep of power electronics, een nihilisme a la I Don’t Remember Now van John Bender(s) misschien, of de vervelende kant van krautrock, Cluster en Tangerine Dream enzo, al mag je dat zeker en vast weder geen krautrock nennen van de krautrockpolizisten, shit die bijna kinderlijke synthriedeltjes, die achterlijke teksten (“always hidden in the woods / trees are pillars in this church”; “I caught the train in a foreign town / checked the ticket, checked the map / got it wrong, got to go back // a lady sees me while I’m lost / her mouth is bad / her smile is good // it’s never straightforward, isn’t it darling? // I jump on and wave goodbye”), die beats man hoor die beats man check da beat man (dit zijn de beats en dit is de deconstruksie van de beats) (deleuze, anyone?), dat monumentalisme, dat grootse, dat pompeuze, net twee zichzelf veels te zereneus nemende emo-pubertjes die peinzen dat zij de enigen zijn die waarlijk lijden aan de wereld, & ik dacht misschien is dat wel het wezen van de Italjeniese mjoeziek of van de Italjeniese volksaard tout court? (maar nu moet ik gaan uitkijken): de eigen kietsj te zereneus nemen (italjeniese rap, en vooral de rap van naar Amnerika verhuusde Italjenen, kan in al zijn stoere zereneuzigheid moeiteloos geïnterpreteerd worden als een parodie op ze zjanrûh - zijnde, in veel gevallen, gangsta / maffia rap) (er is geen afstand) (de afstand van het lachen) (er is geen zelfspot) (het is geen rommeltje in de Via Merulana; het is er een gore klerezooi) (dat vond ik eerlijk gezegd n soort Generatie Nix avant le dingens maar dat zal je zeker en vast niet mogen zeggen van de gaddapolizisten) (en die gozer van die schaduw van die olifant, was dat eigenlijk een Italjeen, in mijn beste herinnering hij was, phuk waarom ben ik nu weeral te beroerd en te moe en te belabberd en te bevreesd en te bezopen om op te staan en die wat zal het zijn? tien stappen? acht? vijf? van mijn tafel naar mijn boekenkast te zetten en te kijken?) maar dan weder peins ik: postpunk noch dubstep noch krautrock is een italjenies vindsel (goedendag buurman) dus ik zet een streep door de eigen kietsj te zereneus nemen en ga terug naar de tekentafel de schrijftafel de latafel, ik ga terug naar de schoelje, ik weet de schoelje nog wel, ik weet in de schoelje varen nog wel, ik weet nog hoe dat was, en ik weet nog hoe het was toen het niet was, ik weet nog hoe het was toen mijn zoon heeldurdagen tuis was, we gingen niet want we hoefden niet, en ook saavonts ook, hij ging nog niet want hij hoefde nog niet, dus werkten we nog even een heel klein beetje verder aan zijn lego polisieburo hij en ik, steentje voor steentje, even het sellenblok afmaken, het sellenblok moet af voor morgen want morgen komen de boeven, morgen gaat de telefoon, als het vuur gedoofd is komen de wolven, zijn moeder was dan vaak lastig op ons & ook zo die keer dat hij nog even een mjoeziekje luisteren wilde, een mjoeziekje met mijn koptelefoon, wat voor mjoeziekje dan zeun?, dat wilde hij zelf uitkiezen, uit de kast, de seedeekast, een van de vele seedeekasten, hij wist niet wat maar wel dat het in die ene kast stond, op de bovenste plank, dat wist hij, ik moest hem optillen, en ik tilde hem weer op, en toen ik hem weer neerzette zag ik dat hij, naar ik aanneem per puur toeval (want de rugzijde van deze seedee is verre van schreeuwend te noemen), So Far van Fabio Orsi, Gianluca Becuzzi en (Etre) had uitgekozen, en raakt alles, alles dat je aanraakt wordt een kruis, ik heb geloof ik een beetje teveel apenhersens gerookt gisterenavond, en zoals hij daar stond, met die hele grote koptelefoon op zijn kleine peuterhoofd, en daar stond, met een überblije grijns niet te branden van zijn gezicht, dat het mooiste gezicht ter wereld is, en de muziek kwam in, hihi zei hij, en hihihi zei hij, en dan draaide hij het oor van de koptelefoon een kwartslag zodat het loodrecht op zijn oor kwam te staan, zoals ik doe, als ik schrijf, en luister, en schrijf en luister maar dat doe ik nooit met (een van) de kinderen erbij dus hoe kan hij dat in godsnaam gezien hebben?, en zei: “Leuk muziekje! Maar er zijn geen zingers.” & ik dacht is dat niet het wezen van de italjeniese popmjoeziek?, het beginpunt, de oorsprong, en ik weet de oorsprong nog wel, ik weet in de schoelje varen nog wel, of daarvoor toen mijn zoon er nog maar pas was & beebie was, en als ik werkte en dan de volgende dag bij hem zou zijn bij mijn zoon zou zijn bij de beebie zou zijn, hoe kollega’s dan zeiden “Morgen heb je weer je vrije dag”, en hoe dat me stoorde en ik dan zei Nee dit is vrij, dat met de beebie is hard werken en zo sprak ik ook tegen mensen op mijn postrondes & nu spijt het me dat ik dat zo voelde of in ieder geval zegde het zo te voelen want nu, nu mis ik hem zo, nu mis ik de dagen zo, deze dagen, de andere dagen, de dag breekt open en braakt een andere dag uit, dit is niet de dag die nooit was, de dag dat ik met Femke op de vloer van een blokhut in Llanera naar String Trio van Joseph Kudirka lag te luisteren; dit is de dag die is, de dag dat het resensentenken boodschappen gaat doen met zijn dochter, ze kopen melk, en druiven, en beschuit, en wijn, en de zon haast zich niet in zijn baan deze dag, bloed haast zich niet in zijn baan deze dag, & straks moeten ze nog, het resensentenken en zijn dochter, want dan zal aan de kleuterschoolpoort de zoon staan wachten die ook de broer is en die het mooiste gezicht ter wereld heeft, het resensentenken mompelzingt Still II van Glissando of naja: hij kent de tekst eigenlijk niet en zijn dochter neuriet iets onherkenbaars en de dingen haasten zich niet in hun baan deze dag, welke dingen, de dingen die gaan zoals ze gaan, alle dingen een wijle, alles gaat zoals het gaat, en het gaat en het gaat, steeds verder het gaat maar ik weet het eerste nog wel, astrale zwanen, in blik terug ontstaan de dingen, totaalminimalismus, gesammtnihilismus, en het begin, ik weet in de schoelje varen nog wel, de eerste dagen, ik weet die eerste dagen nog wel, de protopunk van Negazione & Nerorgasmo & Peggio Punx & Indigesti & Wretched o mijn God Wretched, de prachtige hysterige van Skruigners, de no wave van Faust’O, de oerschreeuw, en ik denk aan beginnen, en ik denk aan ontstaan, honderd seconden na de oerknal daalde de temperatuur tot een miljard graden, zij leefden in de Kirgies-Kajsatse horde, waaruit de mirza Ab-Lai tijdens de regering van Anna Ioannovna vermetel in Russische staatsdienst trad, ik denk aan mijn meisje, een meisje is een half-gevormd ding, ik denk aan mijn jongen en aan die eerste dagen, want ik weet nog wel hoe het was en wat ze zeiden over de zoon van God stierf hij voor ons is hij überhaupt wel doodgegaan & ik weet niet wanneer maar een dag zal komen dat er geen maan en geen zon meer zal zijn, en zingend op de fiets, dit, zingend naar de schoelje, zingend de klas in, en toen, in die eerste dagen, ik weet die eerste dagen nog wel als ik afscheid van hem nam en hij huilde een beetje en ik zei Ach kom het wordt vandaag vast fijn, en dan liep ik de klas uit met mijn dochter aan de hand en Gode alleen kan bevroeden wat een vuile huichelaar ik me op dat moment voelde want juist ik met mijn ingekankerde haat tegen alles wat onderwijs is, vanaf mijn eerste dag op de kleuterschoelje totaan mijn afstuderen heb ik alles bijeen een zeer ruime twintig jaar in onderwijsinstellingen doorgebracht en ik kan me niet één sympathieke leraar herinneren, niet één inspirerende les, niet één interessante mededeling, niet één fijne dag en ik haat me als we weer op de fiets zitten: mijn dochter voor, in het stuurzitje, en ik achter haar op het zadel, mijn moje lieve nietschoolgaande dochter & onophoudelijk kus ik haar kruin en ik vraag Zullen we lekkere broodjes gaan kopen bij de bakker voor als je broer straks tussendemiddag even tuis is? en ze zegt ja dus we fietsen naar de bakker en ik denk jammer dat Femke hier niet bij is en ik wil die gedachte niet denken maar die gedachte trekt zich van mijn willen niets aan, en ik denk aan brood, en ik denk aan liefde, en ik denk aan oorsprong, in den beginne was de oerknal van breurtjes Russolo, technoïde, leuk muziekje maar er zijn geen zingers, kon het ook niet daar ontstaan zijn?, het kasjot van de kronologie, de rode draad van oorzaak en gevolg, “wie es eigentlich gewesen sei”, de kunsten der laweit, de kunst van lawajen, de zzzzoem, & uit het laweit, uit het stof van Luigi’s en Antonio’s oerknal ontstonden - niet persé in kronologiese volgorde (maar vuk het kasjot van de kronologie) Berio, Nono, Romitelli, en wie weet, Lino Capra Vaccina, Silvano Chimenti, Giusto Pio wie weet en ik het ademende klaar-zijn ik denk als futurisme als Italjeniese idee, dacht ik, dacht ik buur sprak daar niet ganzelijk krom misschien?, de “avant” garde, ook de historiese, is altoos “avant” gebleven, de garde sloeg ommers op het laatste of meestal juist een veel eerder moment toch een ander, wat begaanbaarder weggetje in, ik geloof geen jota van dat achterlijke idee van die achterlijke Kundera dat de avantgardisten “werkten” in de wetenschap dat “de” toekomst “hen” “uiteindelijk” “gelijk” ging geven, geven dan nog, is that guy kidding?, geen enkele werkelijke avantgardist maakte ooit “werkelijk” kultuur, tenminste niet als “kultuur” is dat wat de massa gezicht geeft, of dat wat gezicht gegeven wordt door de massa misschien, langs de andere kant: kultuur is wat ik mijn apen voer, (ja die van die hersens ja), dacht ik, dacht ik altemaal, op de fiets & bij bakker & bij bakker & op fiets & voor het kot, dan kwamen we tuis, iemand had me platen toegestuurd, platen als Retrospective van Orghanon, Beyond Time van Maurizio Abate & Matteo Uggeri, The Accordion Sessions van Francesco Maria Narcisi & Giacomo Fidanza en Babel van K’an en dat ik binst de italjeniese mjoeziek de oerknal van de Russolo’s niet eerder zo bloedwarm gehoord had de technoïde zo electrocide en dat en dat en dat. Dat ik niet wist dat Marx in Trier geboren was. Dat ik me nodig eens moest scheren. Dat de koffie op is. Dat mijn tante woont daar achter dat kanaal dat daar stroomt. Dat ik moet spreken ook als ik zwijgen moet. Dat Tom Petty dood is. Dat de jeuk in mijn navel ondraaglijk is. Dat ik toen ik vijftien was een tijdje mondharmonica wilde spelen. Dat Erin me een foto van haar kut stuurde. Dat de bus achteruit rijdt. Dat het winkelsentrum vol met vierkante dinosaurussen zit. Dat de zee. Dat ik daar niet eerder aan gedacht heb. Dat ik moe ben van het lopen in tunnels. Dat de piano gedronken heeft. Dat we moeten leren in de dingen te kruipen. Dat de dingen gaan zoals ze gaan. Dat ik nog wel eens aan Monica denk. Dat het een moje dag was. Dat je kon gaan. Dat de auto geparkeerd stond voor het huis. Dat ik vergeten ben het vuilnis buiten te zetten. Dat ik een bekende zag. Dat ik een droom had die ik me bij het ontwaken niet meer kon herinneren. Dat god asjeblieft neem niet onze. Dat de lucht. Dat het leeft. Dat ik soms niet meer weet. Dat het koekje kruimelt. Dat ik er zo van hield te zwemmen in je aanrakingen. Dat je je eigen boontjes. Dat het dinsdag. Dat de honden geen brood. Dat de eeuwigheidsduur, 90 seconden, ’s nachts om drie uur en dat. Dat ditmaal een spoorwegstasjon en dat. Dat de lunch en praten in de zon en dat. Dat de vaat op het aanrecht en dat de platen in hun hoezen en dat. Dat Orghanon bijvoorbeeld, en dat hoesjeintrigeerde me zo, in den beginne was de oerknal van, de elektronika, hier, op Retrospectre , in handen van Sergio Calzoni, komaan een naam haast bespottelijk italjenies, bijna iets uit een strip, & ik weet mijn moeder nog wel ofnee eerst deze plaat avond laatavond vroegnacht iedereen slaapt al ik denk dat dit wel, waarom ligt mijn koptelefoon nog op de vloer waarom ligt hier een plaat van Jackson C. Frank waarom vangt het met wind aan?, dat eerste liedje, Reitera, toch weer een post, postrock, wie speelt hier guitaar waarom lijkt dat op een bas en waarom deint het zo fijn?, is dit nog wel noise?, is dit nog wel in de geest van?, (-), je drijft op, en de blommekees &, da shit was dat niet lachen?, maar rapper nog dan rap, (?), verandert dit in iets, ja wat, in de rest van de plaat, de hele rest van de plaat, de hele rest van de plaat ineens, kleurloze ambient (voor zover al niet een pleonasme), zoems zoemen warmig dat wel ja maar het blijft auditief behang, en ik, en dat hoesje, dat maffe rare hoesje en dat eerste liedje ook & hoe ik nog, amper een kwartier gelejen nog, dacht even fiks in liefde te gaan vallen met deze plaat, en wat het dan nu geworden is, de dingen gaan zoals ze gaan, de platen gaan zoals ze gaan, ik denk aan iets dat mijn moeder altoos zei, mijn moeder dacht, als denk ik bijna iedereen denkt, een hele brede mjoezieksmaak te hebben, ik hou van alles, zei ze dan, van Satie tot, en ik ben vergeten wat de twede naam was die ze dan noemde, van Satie tot (…), en dan was het even stil en dan zei ze, Nou dan heb je alles toch wel gehad of niet?, en dan was het aan ons om te zeggen Ja moeder dan heb je alles wel gehad, en we, en ik ben vergeten wie die ander was, in mijn moeders ogen klaarblijkelijk het einde van de mjoezieklijn die scheen aan te vangen met Satie, maar naar mijn gevoelen, toen, lagen er toch weer niet ganzelijke universa tussen Satie en die ander, die ik niet meer weet dus en het spijt me nu dat ik haar nooit gevraagd heb waarom ze dacht dat alle mjoeziek in de wereld te vangen zou zijn op een schaal van Satie tot (…), of welk uiterste Satie volgens haar dan vertegenwoordigde en welk ander uiterste die ander en waarom juist die twee uitersten de gansgehele mjoeziek vatten, maar nu, deze seedee, dit Retrospective, ik dacht het te plaatsen kunnen, ergens, op een schaal van Satie tot (…), op een schaal van Satie tot niks, het was avond de hele middag lang, ik wilde iets, ik dronk iets, ik dacht iets, ik deed iets, zelfs de hemden betekenden niets meer, en dan, en daar, en later, dat was niet de dag dat ik mijn dochter naar de speelzaal had gebracht, het was de dag dat ik jeuk had en je kon maar zo een andere seedee heeltemaal tot bij de seedeespeler gaan brengen BIJvoorbeeld, en dan zeggen, ik wist niet dat de toren van Babel een panopticum was, en dan luider IK WIST NIET DAT DE TOREN VAN BABEL EEN PANOPTICUM WAS, maar het blijft stil, spaar een oor voor deze piano en sluit je ogen, loop langzaam naar het licht, zichtbaar licht heeft een lengte tussen veertig en tachtig miljoenste centimeter, donker, dark ambient field recordings broken beats electroacousties, abstract en duister, traag en zompig, modderig en grijs, mjoeziek voor looddagen. Mjoeziek voor het moeras dat je nooit was. Bij vlagen ( Womb Is a Perfect Place to Conspire is zo’n vlaag) zò angstaanjagend mooi dat ge het wel peinzen kunt dat het wel is dat alles wel is, alles wel in deze hel, en ook, bij andere vlagen (Immure is zo’n vlaag) haast klassiek als in onaards als in altijd al tot de aarde behoord hebben als in konkreet ja een rots als in wegijlend voor iedere aanraking want het kan hard en alom en snerpend zijn op ditBabel van K’an maar ook ijl & pianisties & schuifelend, kortom alles van Satie tot (…), en later, was’t ginne droom?, of zei ik het ècht, op straat, tegen buurman: de italjeniese popmjoeziek omvat alles van Satie tot niks, & ik denk ik hoor, (stilte), ik hoor de mjoeziek loskomen van je huid, ik hoorde de mjoeziek loskomen van haar huid, er is weer meer huid dezer dagen, en er is een vrouw met meer huid dan kleren, je kunt een droom doen alsof ze van je houdt, een vrouw met meer huid dan kleren zegt dat ze me nog herinnert van vorig jaar zomer, ik zeg, (…), ik kijk naar haar en naar haar huid, haar huid is zo mooi, mijn kinderen op de touwbrug in de speeltuin en ik, (…), ze zegt dat ze hier een jaar geleden voor het laatst geweest is en dat ze mij toen ook gezien heeft en dat ze zich dat nog herinnert, en ik, (…), en zomer, en ook heb ik ooit meer gelachen BIJvoorbeeld verleden jaar in de zomer, ik ben totaal zonder reaksie op haar konfidensie, ik kan zeggen dat ik me haar niet herinner maar dat doe ik niet ik kan zeggen dat ik haar huid zo mooi vind maar dat doe ik niet ik zeg ik zeg, ik doe alsof ik mijn zoon niet meer zie (hij is ginder, op de touwbrug, en ik zie hem klaar als water), (het ademende klaar-zijn), en ik kijk om me heen, alsof dit tejatur me genoeg uitstel geeft om op te komen met het sterke replieksken, is het niet, geen droom, ik heb nog steeds Hasta La Victoria van The Myrrors in mijn hoofd, het is, geen droom, jeuk in mijn oor, ik kijk weer naar die vrouw en haar moje, ik heb zoon zin om met haar te dansen op Don’t Bother Me van Scott & Charlene’s Wedding maar dat zeg ik niet ik zeg ja het was een goeje zomer vorig jaar en dan loop ik weg en ik neem mijn kinderen mee, een aan elke hand, we lopen, weg weg weg de speeltuin uit, ik voel me totaal belachelijk ik denk was het vorig jaar eigenlijk wel een goeje zomer?, ik mompel zo zachtjes dat geen van mijn kinderen het hoort… …de italjeniese mjoeziek is een vrouw met een hele moje huid en ze weet wat je gedaan hebt verleden zomer en zo denkend aan schizofrenie, de schizofrene laars, de mjoeziek onvatbaar schizoïde zo lijkt maar behoeft dat enige verwondering?, een altijd aanwezige kietsj, gode verdoem dit opera gode verdoem dit firenze, is er kietsjloze opera?, (…), ik rust mijn kaas, maar ook veel italjeniese punk weet bijna gezellig te klinken (& is dat niet wat kietsj is? de plek die “gezelligheid” zich bevechten wil binst de kunsten?) terwijl verdermeer ook de meest compromisloze hardcore punk ooit gemaakt òòk van daar komt en niet uit het Enghland waar men het zoeken meent (komop mensen, Sex Pistols was een overgestileerd boybandje en anders niets en niemand die een plaat van deze belachelijke zeikerds in zijn kot heeft liggen zal ik ooit zereneus nemen als het over mjoeziek gaat), maar ook de abstraksie, in den beginne was de oerknal van breurtjes Russolo &, &, & de duisternis, die gore klerezooi in de Via Merulana, denk ik voort terwijl we fietsen, de scapigliati (niet toevalligerwijze ontstaan kort na de Italiaanse Eenwording in 1861), BIJvoorbeeld, de anarcho-punk van Wretched, de duisternis, de woede, de waanzin, alles is niet maar is op hetzelfde moment ook zijn eigen tegendeel, izolomentisties, (een laars omgeven door zee) (een laars in de zee) (het bed staat in de ooseejaan), radikalismus, zijnde, een land zonder duidelijk koloniaal verleden en dan toch nog bijkans de uitvinders zijn van het fascisme, in arkitekturale zin postmodern (aww, posties) (Jürgen Habermas, anyone?), futuribles, kartoffelen und Bier en de Dingen die ik was, & dan komen we tuis, mijn zoon mijn dochter mijn gedacht en ik (het was veeleer mijn gedacht dat uit fietsen ging, en ik er achteraan, ik kon heur niet bijhouden, ik zag steeds allenig maar de achterkant van mijn gedacht) (de achterkant van flatgebouwen), en we komen tuis, zei ik al tuis, en daar, en hoe het was, en waarom. Waarom fluister ik je naam nog? Waarom kijk ik nog drie keer per dag op mijn oude teeljefoon? Waarom al deze beelden tussen haakjes? Waarom ben jij op zondag nooit vrij? Waarom is er drie keer per dag geen bericht? Waarom een persoon waarom een raam en een muur waarom een teepot kop tafel en een stoel? Waarom moest de kunst de mens adelen? Waarom de arbeid? Waarom mis ik Femke nog steeds en waarom zo hevig? Waarom gaat men er in de quantummechanische beschouwing van het zwaartekrachtsveld vanuit dat de wisselwerking tussen twee materiedeeltjes wordt overgebracht door het graviton? Waarom waar een lichaam eindigt? Waarom dan na een jaar (wast wel een jaar wast niet korter nee of veel langer misschien?) pas (?) het bericht dat ik al die tijd al vreesde te zullen ontvangen namelijk dat ik uit de teemobielfamielje gepleurd werd? Waarom stak me dat dan toch? Waarom stak me dat niet zo hevig als ik verwacht had? Waarom spreek ik ook als ik zwijgen moet? Waarom de zakkentrommel van formaat? Waarom een paar dagen later een kus een kus die ik koesterde een kus die ik bewaarde diep in de bovenste boekenla waarom maakte me dat gelukkig die kus waarom bij lange niet zo gelukkig als ik gehoopt had? Waarom luister ik deze platen niet? Een plaat als The Accordion Sessions van Francesco Maria Narcisi & Giacomo Fidanza BIJvoorbeeld (en waarom zat Celebrity Lifestyle van Swans de hele dag door ramvast in mijn kop nadat ik haar gezien had met Abel nabij het winkeltje van Kap, en waarom was ik liever dood geweest dan gezien te moeten hebben hoe gek ze op Abel leek?), & wie iets verwacht in de geest van Uumen van Kimmo Pohjonen & Eric Echampard komt bedrogen uit (ik dus), en de dingen, en wie, en Giacinto Scelsi, en de PROTO, en gemasterd door die onvermijdelijke Wil Bolton is dit het dus: Francesco Maria Narcisi op veldopnames en manipulasies en proseseren en tekniek en Giacomo Fidanza op accordeon & wie een Kimmo Pohjonen & Eric Ecampard-achtige, heel dit alles, nou hou me vast in je moederarmen, heel dit, onze handen zijn nat van liefde, en het rood, weeral de roodwijn te rijkelijk mijn keel in, alle dingen een wijle, alles onvermijdelijk uitgesteld, waarom ruikt het naar sjookoolaa op mijn schrijftafel, ik die nooit, heel dit, de cd, dit The Accordion Sessions, als een philosophie van (je peinst maar) (je peinst zo veel) (je peinst teveel) (en ik liep), van, lawwezeggûh, “de uitgesteldheid”, (dat wat komen moet maar nooit komt) (de dingen die godverdomme nooit maar eens beginnen met gaan zoals ze gaan) (ga dingen) (sta op Lazarus), “het wachten op”, wachten op dood of geboorte op de antichrist en op Christus Boeddhambrama of enkelvoudige symbolen als kaars of spiegel, of iets, wat ook weer van spiegel in spiegel (meisjes op ballet), dit wachten, denk ik, wat als de italjeniese, wat als, een wachten op iets dat nooit komt maar ga ik hier dan niet langsom mijn buurman gelijk geven?, en je kunt The Accordion Sessions ook niet zien als ekzemplaries voor, maar wat is het ekzemplaar dan?, en kan het ooit wel?, maar waarom is bijkans alle Neerlandse mjoeziek zo door en door gemiddeld dan?, is er een volk en heeft het volk een aard dan?, en wordt deze volksaard weerspiegeld in wat heur kunstenmakers maken dan?, (is Petersburg het panopticum dan?), bij vlagen doet het denken aan dat So Far dat mijn zoon zoon leuk muziekje zonder zingers vond, en sommige dingen lijken me welhaast mogwaïaans, af en toe (Echi!) is het ronduit nee vlakuit nee sliepuit saai en dan is het wachten op de momenten dat het bloed weer sneller stromen laat (of stollen algeheel), van ambient naar dark naar postrock naar weetikveel als het maar weg is van dat badwaterwarme gezoem dat me te ellenlang duurt, en bovenal waar blijft die aloerschreeuwende accordeon-drone als in Uumen die ik toch, toch hoopte aan te treffen, een ode aan het wachten, ik zou er Heidegger eens op moeten naslaan (maar niet nu), meestentijds is het als Elizabeth Vagina van Queen Elizabeth: een wachten dat wel een schoon wachten is, een blijvend uitstel dat wel de aandacht vasthoudt, & uiteindelijk wil ik niet meer opstaan, maar ook de nacht gaat voorbij, & het is weer dag, & weeral het weer is mooi, weeral één van die dagen, één van die eerste moje dagen van het jaar, en mijn tuindeuren staan open, en ik hoor mijn kinderen lachen achterbuiten, ze zijn achter, ze zijn achter en buiten, ze zijn achterbuiten en ik hoor ze lachen, en ik zit op het aanrecht en stop gedachteloos gefrituurd zeewier in mijn mond terwijl ik één of ander hip belgies biertje drink dat om een of andere reden persé voor een hip deens biertje door moet gaan maar dat voorwaar niet altekwaad smaakt, ik hoor mijn kinderen lachen, ik stop ermee gefrituurd zeewier in mijn mond te steken en ik zit, ik neurie zachtjes Cody van Mogwai en ik denk is dit nu wat er uiteindelijk overbleef van “het eeuwige van gisteren” (ja wat was dat weer met dat wachten Martin?) ik denk je zou een held kunnen zijn, ik denk je zou kunnen zweven, verhef me later, ik zweef en zweef astraal en zie alles mezelf incluis zo zie en zweef ik astraal, verhef me later maar, ik spring van het aanrecht en loop de tuin in met een engelse sleutel in mijn hand, ik ga de steunwieltjes van de fiets van mijn dochter halen, mijn moje lieve prachtige driejarige dochter die ik leerde fietsen zoals ik mijn zoon heb leren fietsen, wat zei Flann O’Brien weer over de metafysica van de fiets weet jij dat nog?, je kunt het begin zijn & het einde, de tandem, de tweezitsfiets, een e-bike, in het sentrum niets, in het sentrum alles, das zentrum des minimalismus is Maurizio Abate, een land der gedachten, Rella the Woodcutter en BeMyDelay zijn naastebuur, Maurizio Abate: op Beyond Time beroert hij akoestiese guitaren en russiese harp en draailier en japanse guitaar en e-bow en mandoloncello & Matteo Uggeri vult aan en bewerkt met zijn laptop, behandelingen, drones, trompet, speelgoedpan, veldopnamen, pepermolen, elektronika, neurie en samples en je denkt dit gaat mooi worden, het recensentenken denkt dit gaat een bloedplaat worden & het opent op John Fahey-achtige fingerpickin dingskens, en je denkt subiet gaat dat hier loos gaan, subiet gaan ze hier met pepermolens op speelgoedpannen staan te hengsten, subiet gaat Abate hier het schoonste guitaarlijntje ooit opgedacht door enig menselijk wezen staan te herhalen en te herhalen en te herhalen en dan is heel de kamer hier van puur mjoeziek gemaakt (kan dat rotlicht hier boven mijn hoofd uit eigenlijk?) (kan die klotelamp) (-), maar het blijft, de fingerpickin’ en de passende mjoeziek, een dik bosdier, Greetje voor het huis, de geschilderde kamer, lobola voor het leven, het gaat me toch een pakje te schuchter op Beyond Time & een pakje te abstract misschien (dat laatste misschien de invloed van Uggeri?), het davert niet waar het gaat, het materialiseert nergens (Judith Butler, anyone?), het doet de blikkentoren niet omvallen (hij zamelde blikken voor het einde der tijden want de wereld ging vergaan op een datum dan en dan en dat ging niemands tijd nog duren zo rap als dat zijn ging, en dus zamelde hij blikken want dat is wat mensen doen als de wereld is vergaan: dat zitten de mensen in kelders en dan eten zij voedsel uit blik, blikken met houdbaarheidsdata gelegen ver vòòr die datum dan en dan, die datum dat de wereld zou vergaan (want ergens in een land ver van hier liep een kalender af & niet meer verder), dan zitten de mensen op houten stoelekens en ze drinken verontreinigd water) (en ik drink roodwijn en ik zeg we houden het binnen de perken en niemand vraagt binnen welke perken en ik denk hier moet ik vaker gaan) (en) (pansofies katarakt) (en dan zie ik hem staan mijn zoon, ik hou zoveel van hou het haar uit zijn hoofd komt), maar ik weet de gondels nog wel, het is laat en ik krijg net een APP (welja) van mijn buurman waarin hij me lijkt te bedanken voor een muziektip, ik geef nooit tips, ik praat alleen maar, soms, en dan soms over mjoeziek, ik zou, Beyond Time nu, doorheen

Talk to Her - Home tijd en temporaliteiten, in 1994 ging Femke bij me weg en een jaar later ging Gilles Deleuze dood - ik bedoel maar, ik wil maar zeggen dat, het wil niets zeggen, het is nooit geweest, en ik weet de gondels nog wel, het is nacht, jongens de nacht zal jullie begraven, nog steeds, Beyond Time, (zei ik dat al?), bij vlagen sinister duister angstaanjagend ook, er is een italjeniese dame die praat en praat en praat, en lacht soms, vrolijk lacht soms, ik weet niet waarom ik spreek niet het simpelste woord italjenies maar ik heb het idee dat die dame hele erge dingen zitten te zeggen, ondanks haar gelach, en ze praat, en ze zegt, dingen doen me denken aan Let Me Explain Something To You About Art van Kramer, een werkje waaraan ik ook al zoveel misvatte, naar bleek, uit een mailwisseling die ik met de man zelve over deze plaat had, ik vond hem geen aardige Kramer deze Kramer, maar soit, allicht gewoon een buurvrouw van Uggeri ofzo, die italjeniese dame, allicht gewoon zijn omgezelligeventjeseenbakkieëspressomeetedrinken-buurvrouw die hier leutige jeugdherinneringen zit op te halen maar ik noem het het sinistere deel van de plaat, andere stukken zijn dan weer zo bijkans BLOEDELOOS maar het is laat het is donderdagavond en het is laat en de stereo staat zacht (we zitTUN saMUN in de kaMUHR), want boven mijn hoofd liggen ze te slapen, boven mijn hoofd liggen er drie te slapen (& morgen en overmorgen zijn de twee dagen dat ik werk, mijn twee dagen zonder mijn kinderen en ik mis ze nu al en het voelt nu alsof ik niet genoeg heb gehaald uit mijn maandag met ze of mijn dinsdag met ze of mijn woensdag met ze of mijn donderdag met ze had ik beter niet, BIJvoorbeeld, vijftien minuten op het aanrecht gezeten om gefrituurd zeewier te eten en deensbelgiese biertjes te drinken, had ik beter niet, had ik niet beter) en ik krijg net een APPje van mijn buurman en hij zegt iets over een band waar ik het onlangs over had, en hij zegt Ja ik heb er nu mijn hart aan verpand, en ik lees dat en ik leg de teeljefoon weg en zing zachtkens voor me uit (dwars doorheen dat doorheen tijd) het leven is goed in het brabantse land dat land waar mijn wieg heeft gestaan daar heb ik voor altijd mijn hart aan verpand dat land doet mijn hart sneller slaan, het is laat, okee de stereo staat wel èrg zacht dus misschien mis ik ook wel dingen, volledig beyond place ben ik van dit Beyond Time vooralsnog niet, helaas, die nacht droom ik weer over de kut van Erin, in deze droom is haar kut een mannetje, een klein en gramstorig mannetje dat in elkaar gedoken staat te wachten, staat te wachten op zijn beurt, in de rij bij kassa drie van de Albert Heijn, en niemand behalve ik weet dat hij in werkelijkheid iemands kut is. In zijn mandje een pak speculaas, een pot appelmoes, een blik erwtensoep, een tros bananen en een kilo paling. Is dat lucht of wand? Het vreten is geen probleem en al het andere bestaat niet. Ivo klimt de heroïne zingt. Wekenlang waterangst. Het verschil tussen verdwijnen en verteren is misschien niet zo groot als je wel dacht. Boeken ontdoen zich van de echtgenoot voordat hij zijn mannelijkheid verliest. Organist Bayley zette zijn hoed op en ging het huis binnen. In feite is het zo gesteld dat we tot aan onze laatste snik tegen menu’s kunnen blijven zitten praten. Kat op heet zinken dak in hagelstorm: muziek uit de jukebox in de hoek. Ik had geen Amerikaans gouden horloge. De jaren gingen langzaam voorbij in dit huishouden waar de atmosfeer als dood beschreven zou kunnen worden. Er zijn dit jaar erg veel appels. En Spaghettilandia zette zijn gulzige gorgel aan die fiasco-fles. Het waren nevelachtige en vreemde dagen. Je ogen zijn waar zijn. De verzoeking, het zwijntje, de zwam, de zweer. Jij bent het eerste licht in de morgen, de donkere rand van de zon. De koeien hangen aan regendraden langs een poldersloot. Het is het beste om je geen mens meer te noemen. Maar je noemt het, ochtend, de dag na de vorige dag, de ochtend na de avond ervoor, in schuchter licht vind ik mezelf terug denkend aan Maurizio Bianchi, zijn kwasi-dark ambient, het donker brommend brons gegons, het blijft daar, er zit iets van een duistertje in, zoals er een zweempje peper zit in die “pittige” “rodepeper”worst van de slager om de hoek, dit is iets van, het lijkt op, het net niet in faze zijn (of er alweer uit?), in de schizoïde izolomentistiese laars luiden de klokken waar de klepels niet hangen?, je weet het niet, het kon weeral dagen later zijn, het kon weeral een dinsdag zijn en je werkt niet meer op dinsdag, het was zoiets dat je aan Femke had willen vertellen ik werk niet meer op dinsdag Fem, zoals, je kreeg een mailtje van de producent van Ik ben aanwezig en zij zei dat hij je nagedachten over Luc de Vos zo mooi had gevonden ook dat had je willen vertellen aan Femke, ik kreeg een mail van de producent van Ik ben aanwezig Fem en hij zei dat hij mijn nagedachten over Luc de Vos zo mooi had gevonden Fem en het deed me goed Fem en het deed me verder willen schrijven Fem waar ik er tegenwoordig juist zo vaak aan twijfel of ik überhaupt ooit nog wel een woord op papier moet zetten Fem auserdem inkoopszettels Fem, ja het recensentenken in nu vier dagen in de week bij zijn kinder, maar nu, op een dinsdag, ja dan moet het wel een dinsdag zijn, is zijn dochter op de peuterspeelzaal en zijn zoon op de kleuterschool, en hij zit, het recensentenken, in schuchter licht geleund, tegen zijn tuindeuren aan, hij weet de gondels nog wel, het licht in zijn rug is warmer dan het vorige week was en dat vindt hij fijn, hij zit, midst boeken, midst platen, ja platen weeral, Destroy All Gondolas, zo heet de band dan he, Laguna di Satana heet de elpee, (& wat is dat toch met italjenen en satanisme?), een elpee, heel echt en heel heus, 300 eksemplaren en nog eens vijftig zwaar gelimiteerd in een alternatief kleurtje, d’n duvel, vooral als het een tintje duusterder mot (Satan Is My Brother; Teatro Satanico), kapot alles moet, de gondels voorop, wat zal je die dingen inderdaad haten als je toevallig in Venetië woont te wonen, wonen die gasten van Destroy All Gondolas eigenlijk in Venetië?, (het recensentenken weet het niet hij is de bio kwijt gelooft hij, hij neemt een slok van zijn koffie, en de koffie is heet en het licht is warmer dan vorige week) en het recensentenken staat op en loopt naar zijn seedeespeler (zijn eksemplaar van Laguna di Satana is een seedee-er, hij had het gekleurd vinyl best willen hebben eigenlijk maar dan alleen maar voor de heb want zijn platenspeler staat verloren in de onbereikbaarste hoek die zijn zolder maar opdenken kon), silencio, mjoeziek, wat is dit voor mjoeziek, wat zijn dit voor mensen, ik weet het niet ik ben de bio kwijt geloof ik dus ik moet horen met mijn oren en niet met mijn ogen, ik wil niets weten over deze band, ik wil niet weten, ik wil denken dat ik kon denken dat ik wist, wat ik verzon, ik wil een bio opdromen, en spreken, en zeggen, iets als (hun twede drummer is verdronken), zou het ook niet hier kunnen zijn, zou het ook niet later kunnen zijn, kon het niet iets zijn dat je aanraken kon, kon het geen punk zijn, misschien ja, dit is punk maar er zit meer in deze miks, er zit misschien wel een snuif teveel in deze miks, en ik denk aan, en de dag is al op streek en ik moet gaan nu, ik moet met de dag mee, en de dag komt en de dag gaat nu, en zo is het weeral avond, altijd maar avond, eerst is het dag en dan is het avond en zomaar door en nu is het avond want de avond is eeuwig de avond is heilig de avond moet ten juiste geëerd en ik zou misschien moeten slapen maar de avond moet geëerd en mijn dochter en ik zijn laatst op de fiets aangereden door een bus en de pijn in mijn been is ondraaglijk nu en niet te stillen met slaap, ik zou misschien wat rust moeten, ik moet rust, ik zou misschien maar ik denk aan, wacht ik denk aan, ik denk aan de italjeniese mjoeziek als de mjoeziek van het net niet of de mjoeziek van het teveel, en ik denk aan Pierre Michon en zijn 99,5% excipiens-tejorie of hoe zat dat ook alweer wie kan me helpen femke kan me helpen help me femke, is veellicht niet àl de italjeniese mjoeziek ofnee veel italjeniese mjoeziek misschien of misschien ook niet, te vol van, te vol van teveel, van smaakmiddelen proppen daar waar het kale gerecht volstaan had, het kon natuurlijk weer es geen pure punk ween met deze Destroy All Gondolas, er moest natuurlijk weer meer in de miks, hardcore moest daarin (hardcore in de orzjienele gitaristiese zin, niet wat die technoïde klojo’s in de jaren negentig ervan gemaakt hebben), en metal ook, ook wat metal, de metal gelijk al wat te metalig trouwens, zegt Gullevic: het metaal staat in het midden en brult zonder het roest en onder het roest schreeuwt het nog, en daar spierbalt het en schreeuwt het misschien een ietsken te veel bij Destroy All Gondolas’ anders best fijne verschroeiende hallucinante oorverdovende fijne takkeherrie, het teveel maakt het minder, en de pijn in zijn been gaat door en deze dag had allang moeten eindigen maar het recensentenken gaat door want de port is nog niet op, en je zou, en de dingen (die gaan zoals ze gaan), het is nacht, of is het dag, het is dinsdag of donderdag of zondag, zo verwajen de dagen, je luistert een seedee & het was nog ochtend en het licht en de warm van een dag bij de eerste toon, maar dan overkomt het peinzen je, overkomt het lezen je, overkomen de kinderen je, en de mjoeziek, en de bus, en het leven je, en dan overkomen je weeral andere seedees,The King Is Dead van Kill Your Boyfriend BIJvoorbeeld, ze bojfwent oja je weet ze bojfwent nog wel, het was een ooit, het was een tijd, de kinderen waren nog niet, je werkte nog alle dagen toen en vrijdagavond was zitten, het was zitten in de gemakkelijkste zetel in het huis, je placeerde de zetel voor de stereo, je zette de kopteeljefoon op je kop, je deed een seedee in de speler, je zorgde ervoor dat je kladblok op je schoot lag, een koud biertje of anders een hete koffij naast de zetel stond, de dingen gingen nog niet zoals ze gaan maar stonden, stonden stok en stijf en daarom was ook je teeljefoon niet al te wijd entfernt, had het ook niet zo kunnen gaan, was het ook niet zo gegaan bij Kill Your Boyfriend, een andere seedee was dat, hoe heette die weer, hun vorige of hun debuut of gewoon maar een andere, je weet het niet, je gaat hier niet zitten beweren dat je uit en te na op de hoogte bent van de diskografie van Kill Your Boyfriend, Health and Welfare zo heette die seedee nee truttemie dat is een seedee van Urlaub in Polen, mogelijkerwijs ging het om een Kill Your Boyfriend-seedee zonder titel laten we het daarop houden en hoe je daar toen zat met je biertje dat het beste biertje in de wereld was en de zetel die de beste zetel in het huis was en die seedee dus die de beste seedee van het jaar was en het gesprek in je schoot dat het mooiste schootgesprek allertijden was en de tijden die de tijden waren en hoe het nu dan is, een andere, een twede Kill Your Boyfriend-seedee en je durft het nauwelijks nog aan gezien de gouden herinneringen die die andere Kill Your Boyfriend-seedee aankleven, nu, de koning is dood & vermoord je vriendje komt af met twee dodelijsten simpelweg geheten dodelijst 1 en dodelijst 2 (The King Is Dead ook vinyl dan misschien? ge weet het niet ge hebt weeral de recensentenseedee-er en ge kunt u weeral weeral weeral (alles altijd weeral) niet bijster goed meer herinneren waar ge de bio gelaten hebt) (is het niet een idee, recensentenken, om die op één vaste plek te gaan bewaren?) (maar bij het zoeken naar de King Is Dead-bio kwaamt ge, geloof het maar rustig, de Destroy All Gondolas weer tegen (en wat is dat met al dat killen en destroyen in de Italjeniese ofnee laat ook maar), en wat peinst ge? Destroy All Gondolas is “born in the lagoon of Venice in 2012”; weet u nu wat u helemaal nooit weten wou?) (starik, ook hij nu dood), en wat maakt het ook uit, het zijn Alan en Charles en Frank en Jesse en Lewis en Neil en Martin en Rudolph maar die klaarblijkelijk dood moeten, en met die, die Alan dus, begint het op duister en dreiging en zoem en kraak en pulsasies en schoonheid en total loss & slechts 1minuut50 later is het dan alweer gedaan, helaas, en is die, die Charles dus, is, is ja hoor, is, postpunk, Wire-achtig, claustrofobisch en dof, een onverstaanbare zanger (er zijn geen zingers plus daarbij we verstaan ze niet), iemand tikt hiesteries op een schrijfmasjiene, of is het een masjienegeweer, masjienes en wolven, en is die, die Frank dus, is het die, die militant voorthakkend, met weinig dynamiek, alles dichtpekt, nergens een luchtgaatje overlaat, dit is de zwartgal, is, meer, is, is die Jesse dus, is die Jesse al, een versnelling lager, een stevige nadruk op de bas, men gilt nu maar men is nog altijd niet te verstaan, dit klinkt als een vroege PiL misschien, punk & post, en een ganse wereld daartussenin, en is, is die Lewis dus, is de traagte, is meer droefnis dan angst, en dan hoor ik ook nog een zachtkens vragend saxje daar ver achter in de miks of hallucineer ik nu?, koeien aan regendraden, en neerslacht, meer neerslacht dan zwartgal, ik denk aan een kortverhaal van Toon Tellegen dat mijn zoon zo mooi vindt (die moet ik altijd, in vroegavond, als hij ter bedde neigt, twee keer achter elkaar voorlezen en dan ligt hij daar, zijn hoofd op het kussen, als zijn knuffels om hem heen, te grijnzen van oor tot oor), waarin mier heel erg boos is omdat iedereen droef is behalve hij en later wordt ook hij overvallen door droefnis en dan is hij gelukkig, is wat ik denk als ik hoor, als ik trillende guitaren hoor, een italjeniese doordenking van de russiese variant van darkwave hoor, en met 5minuut45 een voor Kill Your Boyfriends doen beslist epies nummer hoor, is wat ik hoor is, is, is die, is die Neil, nog steeds geen Washington maar waarschijnlijk Armstrong want we zweven astraal hier, is heerlijkheid van luchtmetaal, is het dan, is het bij, is het bij die, die Martin dus, is het gewoon weer ondergronds want ook daar kan het daveren, een synth die schroeit, guitaren die uitgillen want zij niet spreken kunnen, en dan die, dan die Rudolph dus, niet de roodgeneusde maar een ander en dan, maar toch, die is bijna rust, dit is bijna vrede, dit kan bijna fijn zijn, zoals toen we buiten waren, mijn vader en ik, en ik was al een beetje ouder toen, en het was wel koud en het was wel donker en het was wel eng, maar we waren de mannen en we hakten het openhaardhout fijn, ik had de kleine handbijl want ik kon dat al want ik was al wat ouder, en mijn vader had de grote bijl, en we hakten en er vielen spaanders, onze adem wolkte voor onze gezichten, we deden iets, we waren samen, we waren vader en zoon en we waren de mannen en we hakten het hout voor de vrouwen die binnen waren, en zaten, en teevee keken en tee dronken, en niet de mannen waren, de mannen met de bijlen, en in het duister en de kou was het eng en vielen de spaanders maar er was ook de nabijheid van de mannen met de bijlen die het hout hakten voor het vuur waaraan de vrouwen zich konden verwarmen, is zoiets dus, is zoiets dan die Rudolph misschien?, en dan volgen nog, dan volgen er nog een nummer negen en een nummer tien die staan niet op de tracklist van mijn resensieseedee-er zijn dat dan de bonusnummers misschien? niet al te goed verstopte hidden tracks? of is de inlay van mijn recensie-exemplaar gewoon inkompleet want wat maakt het uit dat zijn de resensenten maar en die weten toch niet wat ze schrijven, hoe het ook is, hoe het is, is, is nummer negen, is punk?, n violijn?, n voornamelijk aan de linkerkant bespeelde piano?, n rithme dat eerder wiegt dan hakt?, n refrein dat bijna reikt?, bijna klinkt?, (???), we smeken niet we vragen, en wat zich verder zet, in dit, nummer tien, eksaltasies onder het duuster, en god, en wat, wat een bloedplaat is dit zeg, de schoonste nachtmerrie die je ooit had, je mist al bijna je zetel niet meer, je mist al bijna het schitterende schootgesprek niet meer, over blijft een smaakhaftig biertje, alleen het bier en de prachtmjoeziek zijn gebleven, die gaan nooit weg, en ik hef het glas naar het wonderschone bier, en ik hef het glas naar Kill Your Boyfriend, en ik hef het glas naar wat het hart verontrust (zegt Maurice Gilliams: Als Aloysius ons hart verontrust, hangen we in de werkelijkheid ondersteboven als betoverde apen), en ik hef het glas naar Maurice Gilliams, en ik hef het glas naar de kaos, en ik hef het glas naar pakketjes uit Italië, en ik hef het glas naar de kut van Erin, en ik hef het glas naar de zinnen, en ik hef het glas naar mijn volgekalkte kladblok, en ik hef het glas naar de inkt, en ik hef het glas naar jeuk op onbereikbare plekken, en ik hef het glas naar mijn buurman daar achter die muur, en ik hef het glas naar mijn zoon en naar mijn dochter die allang liggen te slapen in hun donzige bedden, en ik hef het glas naar hun dromen, en naar de mijne, en ik hef het glas naar alleen en zonder teeljefoon op de kale houten vloer zitten, en ik hef het glas naar de nacht, en ik hef het glas naar mijn lege glas en zo eindigt, weeral een dag, een dag in het leven, het leven van een schaapje als Angelique zou zeggen, de kaas van een schaap is in elk geval lekkerder dan de kaas van een koe denk ik op mijn beurt, en ik neem me voor om morgenavond nog es flink het glas te heffen naar de schapenkaas, en dan slaap ik, en dan word ik wakker, en dan loop ik, en iemand belt me, een planner wil weten of de aanrijding met de bus onder werktijd is gebeurd en ik zeg ja natuurlijk ik neem altijd mijn driejarige dochter mee als ik werk, ik denk dat ik al een tijdje niet meer aan Femke heb gedacht en dan denk ik natuurlijk verdomme weeral wel aan haar, ik lees traagweg, traagweg en met mondjesmaat verder in het kortverhaal De Mensenvanger van Jevgenij Zamjatin, het is zo mooi, ik durf niet goed, ik heb altijd maar schrik te stuiten op iets, een zin, een verhaalwending, iets, dat zal afbreuk doen aan, de schoonheid die zich langzaamaan, pagina voor pagina, voor mijn ogen ontvouwt, iets als een slechtgeschreven zin al misschien, een gemakzuchtig einde, een geloofwaardig persoonaazje, er kan zoveel mis met proza, ik doe, ik kijk, ik doe de dingen die de dingen van deze dag zijn, de dag is alleen maar nodig om de avond te stutten, als het avond wordt kijken we naar buiten en zien we ons eigenste gezicht weerspiegeld in zwarte ruiten, als het avond wordt denken we aan de nacht, de nacht die nacht, die nacht in de alkoof, de avond was opgetrokken uit mjoeziek maar geluidloos hing de nacht, stilvol de namiddag, zo vol van mjoeziek de avond, zou het ook niet Talk To Her kunnen zijn?, Home heet het maar een huis is het niet, een EP heet het maar met een dikkig vadzig kwartiertje is het misschien eerder nog een cdsingeltje, (bestaan die eigenlijk nog, cdsingeltjes?) (ik herinner me een dag in een op zijn laatste benen lopend jarentachtiggeheten desennium, een klasgenoot toonde me een cdsingeltje van status quo omdat hij wist dat ik totaal lijp was van die band, ik weet niet meer welk cdsingeltje, ik had nog nooit een cdsingeltje gezien, ik mocht het lenen, mijn vader had een cdspeler want mijn vader had altijd alle noviteiten het eerst, ik speelde het cdsingeltje af die dag, ik lag op de bank en luisterde, ik had nog nooit een cdsingeltje gezien laat staan gedraaid, ik lag daar, ik luisterde, ik vond het een bijna steriele ervaring, er was geen plaatkraak, en er was ook geen arm die je ergens op moest zetten, je moest niet halverwege opstaan en lopen om iets om te drajen opdat je de bkant horen kondet), de vreemdheden hierin of spreek ik liever van ongerijmdheden misschien, denk ik, is, de italjeniese, is, ongerijmdheden is, leuk muziekje maar er zijn geen zingers, in het eerste nummer kan ik mezelf nog toestaan te denken dat ik hier te maken heb met POSTPUNK (wordt u bij vlagen ook ziek van dit woord?) of DARKWAVE (idem) kruisbestoven met DANCE (…), onderdoor een gedragen traagzang (o god aan wiens stem doet die zanger me ookalweer denken o dit gaat me nog de hele avond dwars zitten), een duisternis hier (darrrrk) maar de duisternis geeft licht of gloeit of nee ik weet het het weerkaatst het licht van elders welk licht welk elders het licht van eerdere seedees denk ik, in de volgende nummers is de postpunk onversnedener (onverschrokkener?), er is een liedje dat Forest heet en dan wordt de assosjaasie je bijna schaamteloos voorgekauwd, we zijn in de grauwzone van de jaren vlak na de punk, een jarentachtiggeheten desennium dat op zijn eerste benen staat, die zweer, england, die zweer, gij weet wel, hoe me dat daar voortmarsjeert: die bas die drum dat stakkato guitaartje, een soort van met levenslust gevuld nihilisme als u begrijpt waar ik heen wil, er is ook een nummer dat Nightfall heet en dat in tegenstelling tot Forest zoon honderd keer het woord “forest” in zich heeft, dat soort van ironiese titelgeving mag ik wel maar de kans is natuurlijk ook aanwezig dat er iets in de tracklist niet klopt want van nietkloppende tracklists zijn ze bij Shyrec bepaaldelijk niet vies, hun nek van het bos, zet het bos in de fik en nu je daar toch over begint ik herinner me een gesprek met Sanne over The Walkabouts tijdens een bijzonder saje kaasfondu (bestaat er een ander soort kaasfondu dan?), ik herinner me de dag dat ik Soundtracks for the Blind kocht het was een zonnige dag en later liep ik, het was een zonnige dag, kon het ook niet april weest zijn?, ik liep want ik was alleen, ik liep van het kot naar dat piepkleine Albert Heijntje nabij het postkantoor, en ik liep, het was een zonnige dag, het kon april geweest zijn, een dag in een jaar, ik liep, en ik kwam Sanne tegen, diezelfde Sanne, Sanne met het haar, Sanne met de ogen, Sanne met de stem, Sanne die op weg was, op weg naar dat piepkleine Albert Heijntje nabij het postkantoor, en nu liepen we samen, het was een zonnige dag, april misschien, ik zei Sanne waarom eten we niet, ik zei Sanne waarom eten we niet samen, ik zei Sanne waarom koken we niet een gezamenlijk maal in het kot daar dat het mijne is en Sanne zei dat is goed, en we gingen, en we deden, we deden boodschappen, we gingen koken, we gingen samen koken, we liepen terug naar mijn kot, het was een zonnige dag en tot iemand zegt dat het anders was, was het april, en ik dacht waarom doe ik dit verdomme altemaal ik wil verdomme verdomme naar Soundtracks for the Blind luisteren en alleen zijn en naar Soundtracks for the Blind luisteren maar in plaats daarvan had ik maar The Walkabouts opgezet, en we kookten en ik ontkurkte een fles roodwijn en later stond ook nog Antonio voor de deur, ik vroeg me af of ik hem kon vragen weg te gaan, een van ons was een klootzak, ik zei niets en hij kwam binnen en gedrieën nu, gedrieën aten we een maal en ik zei niets, en na de koffie zei ik dat ze buiten moesten omdat ik Soundtracks for the Blind wilde gaan luisteren en ze gingen en ik was alleen en het was avond en je kon zweren dat het april was, is het een bos of is het de nacht die valt?, het nummer is kaal & bijna vroegCure, aan wie doet die zanger me toch denken?, aan Ian Curtis nee niet aan Ian Curtis, venijn zit in de, scherper geslepen op het eind de guitaren, sluit af op, Burning heet het, ook alweer geen orzjienaliteitsprijswinnende titel maar dan weer wie wil winnen de orzjienaliteitsprijs, het lijkt een ballade te zijn maar het is geen ballade, vrijtijd en liefde en suikerstroop, ik zat een hele verontrustende documentaire te kijken over Scientology, ik denk waarom zit ik hier, ik denk waarom kijk ik dit, het was nog maar een uur of wat lee maar ik had al moeite het geluid van Home op te roepen, op te roepen in, in mijn brein roepen, horen nu ik het niet meer hoorde, het was alweer POST, het was alweer voorbij, later was het alweer later, de dag na de vorige dag, het was broeierig warm, de eerste werkdag sinds mijn ongeluk, het lopen nog wat onzeker maar de zon vol op mijn bakkes, en ik voelde me goed, vanuit ergens een openstaand raam klonk plastieken hiphop en ik voelde me goed, ik zag een vent lopen met een strojen hoed op zijn knar en ik voelde me goed en Home was verder nog, Home was verder weg dan één dag eerder zo leek het, en ik dacht de Italjeniese mjoeziek is altijd één dag eerder. De Italjeniese mjoeziek is een vent met een strojen hoed op zijn kop. De Italjeniese mjoeziek is de zon vol op je bakkes. De Italjeniese mjoeziek is de volgende mjoeziek. De Italjeniese mjoeziek is de buurman voorbij. En ik denk POSTbuurman. POSTpunk. POSTrock. En ik zal daar staan. En ik zal daar wachten. POSTdregke. POSTllanera. POSTmijzelf. POSTbode. Ik zal wachten. Ik zal voortgaan mijn tijd te verdoen. Ik zal later. (Maar later dan dit wordt het niet). Als ik groot ben wil ik een lijst worden van verdere mogelijkheden. Ik zal de dingen aanstaren, en de dingen zullen terugstaren. Als dit voorbij is wil ik dat dit maar een droom geweest is. Wil ik alles bij het oude. En altijd alles anders. Ik zal aanstaren de prachtige gezichten van mijn kinderen. Er zijn geen zingers. Er is geen kultuur. (Wie zei dat weer?). Alle mjoeziek is altijd al voorbij. Alle mjoeziek is altijd nog te komen. En gewoon niks, en gewoon mijn baard afscheren. POSTbaard. POSTmetaal. POSTallemaal. POSTindustriëel. Je loopt gewoon maar daar, en dan loop je gewoon maar daar en daar. POSTdestad. Elke stad herhaalt de vorige stad. De stad die houdt. Denk ik. Waar is iedereen. Er is niemand. Er is geen SUID. Er is geen denken meer. Er is, solemente, MJOEZIEK.

(tim donker)