• Evenement: Crossing Border Den Haag
  • Editie: 20
  • Data: 15-18/11/12
  • Datum bespreking: 17 november 2012

Alles tussen energieke rappoetry en treurfolk in


Crossing Border DH - Vrijdag

Terwijl de lucky bastards in Enschede al een avond gehad hebben, konden de trouwe Haagse CB-fans pas op vrijdag naar de Schouwburg dit jaar. Waar er voorheen minimaal drie avonden en diverse losse middagprogramma’s waren, oogt het overzicht kaal; geen Haagse bandjesavond, geen Borderkids, geen openingsavond met één grote naam (remember Smith & Burrows of Rufus Wainwright?). De enige uitspatting op dit gebied is Border Sessions, een dagprogramma met lezingen over wetenschap en media. Verder bestaat Crossing Border nog maar uit twee avonden. Gelukkig wel weer avonden die overlopen van de mooie namen op het gebied literatuur en muziek. Elf zalen en zaaltjes waar óf bekende namen staan, óf aanstormende acts die je ook niet wilt missen. De keuzestress loopt hoger op als er ook nog eens bands in hetzelfde genre tegelijkertijd geprogrammeerd staan (indieblues: Two Gallants en Mark Lanegan / pop: Anne Soldaat en Raspy Stone / folk: Hannah Cohen en Daughter). Ook wat literatuur betreft, is het soms moeilijk kiezen, dichters Kira Wuck en Pieter Boskma kun je niet beiden zien als je jezelf niet kunt opsplitsen, degene die dat wel kunnen hoeven daarentegen Murat Isik en Shalom Auslander niet te missen (lees het bewijs in onderstaand verslag).

Wat keuzestress betreft ben ik wel jaloers op de edities in Antwerpen en Enschede, waar ze maar vijf zalen hebben. Denken ze soms dat we hier in Den Haag beter keuzes kunnen maken? Een foute gedachte, waarvan we elke dag de resultaten merken (Rutte 2, Spuiforum).

De vrijdagavond van Crossing Border Den Haag bestond wat betreft de Recensent uit acteurs van het Nationaal Toneel, literatuur van Arjan Visser, Shalom Auslander en Murat Isik, een demonstratie tegen het inhumane illegalenbeleid, flitsen van Daughter, Hannah Cohen en Paul Buchanan, sessies van Two Gallants en Finn/Hood/Johnson en optredens van Anne Soldaat, Omar Musa en Beth Orton.

Dankzij NT Zapt krijgt het Crossing Border-publiek een kijkje in de keuken van het toneelgezelschap dat normaliter in het NT Gebouw huist. Een groot aantal acteurs zit op een rijtje op het podium. Geen decor, geen verkleedpartijen. Ik spot Mark Rietman, Ariane Schluter, Betty Schuurman en Anniek Pheifer. Ze doen losse stukken uit voorstellingen kriskras door elkaar heen. Bij elkaar wordt het een soort experimenteel stuk, waar geen touw aan vast te knopen is: wel zie je hoe soepeltjes deze professionals in en uit hun rollen vallen. Tussendoor zingt Pheifer een Schubert-lied en een bewerkte versie van Raymond van ’t Groenewoud’s Je veux l’amour: in haar geval gaat niet over een muzikant en wat die van zijn publiek verwacht, maar over haar eigen vak: ‘Ik wil geen like op mijn facebookupdate, ik wil dat iemand van me houdt. Nu, niet seffes, niet direkt, niet sebiet, niet weldra, maar nu, Maintenant, tout de suite, heute, gvd.’ NT Zapt brengt flarden toneel voor een publiek dat verder durft te kijken dan de bekende namen, dus niet voor de 40-plussers waar Ariane Schluter het in haar tekst over heeft: ‘Ze zitten stil op een steen in de bloedhete woestijn – ze zijn een reptiel geworden. Daar hebben ze geen last van hoor, hoogstens weten ze zich nog vaag te herinneren dat ze ooit nieuwsgierig waren naar nieuwe dingen, nieuwe liedjes, nieuwe liefdes.’

Nieuwsgierig naar nieuwe liedjes stappen we de grote zaal binnen. Anne Soldaat lijkt wat bang voor het Haagse publiek en noemt ons: alleen maar nette mensen. Terwijl hij niets te vrezen heeft, de zaal is na een paar liedjes al helemaal vol. Nu houden Soldaat en zijn mannen (allemaal bekende gezichten uit andere bands) de vaart er goed in door de songs back-to-back te spelen. Sowieso schrijft Soldaat sterke, dansbare liedjes. Genoeg veren nu – ondanks al deze kwaliteiten overtuigt Soldaat niet als frontman, bovendien is zijn stem zwakker dan op plaat. Dit alles terwijl de oplossing voor dit probleem naast hem staat: gitarist en achtergrondzanger Maurits Westerik (bekend van GEM).

Finn, Hood, Johnson, CB12

Het frontmanprobleem (ook bekend uit de filosofische wiskunde – maar daar hebben we het bij Border Sessions, 3.0 nog wel eens over) lossen ze bij Finn/Hood/Johnson anders op, namelijk door het simpelweg te negeren. Nu scheelt het ook dat ze alle drie een goede stem hebben. Met z’n drieën naast elkaar met een gitaar op schoot doen ze om beurten een song. De mannen bekend van The Hold Steady, Drive-by-Truckers en Monster of Folk zingen en spelen ook om beurten met elkaar mee. Zo wordt Craig Finn ondersteund door Hood en Johnson op zijn fijnzinnige ‘Jackson’ en doen Johnson en Finn met Patterson Hood mee als hij zingt over de huiselijke hektiek de dag voor een volgende tour in ‘Leaving Time’: ‘So hush little baby, have no fear, I’m six more tours till the end of the year.’

Na deze mooi gezongen woorden, is het een harde overgang naar de Cuatro-tent waar Jerry Hormone (ooit van punkband The Apers) als onderdeel van het Rotterdam Project voordraagt uit het verzameld werk van Alfred Tampeloerus Kwak. Als hij na de vuistregels (‘wat ik nog het meeste mistte: fisten’) overgaat op de stoma-trilogie lacht het publiek luidt en voel ik mij een vreemde tussen vreemden in eigen stad, wat nou alleen maar nette mensen…

Buiten klinkt echter harder gejoel, een 100-tal demonstranten trekt voorbij, ze herhalen de leus: ‘Geen mens is illegaal.’ Ze komen vanaf de Koekamp waar sinds een paar weken een tentenkamp is waar vluchtelingen leven. Leven, als in: dag en nacht. Ook met vijf graden boven nul, de temperatuur van deze avond. Ze lopen richting het Plein en de Tweede Kamer. Daarbij kruisen ze de nette mensen die hun jas gratis in de garderobe van de Koninklijke Schouwburg hebben gehangen om alsnog rillend buiten te gaan lopen van zaal naar zaal, volkomen legaal.

Radioprogramma De Avonden heeft z’n eigen podium in de Schouwburg waar muzikale sessies en interviews met schrijvers worden afgewisseld. Shalom Auslander groeide op met een zware historische last: ‘Anne Frank hing met een groot portret in elke openbare ruimte. Fuck off met je Anne Frank, we werden ermee doodgegooid in mijn jeugd. More peanuts please,’ dat laatste is gericht tegen de dame die hem wijn brengt in de behoorlijk gevulde bovenzaal. Auslander vervolgt ‘Mijn hoofdpersoon, Solomon Kugel, heeft niet een gebruikelijk minpunt zoals overspeligheid of verslaving wat je veel in roman ziet. Nee, mijn hoofdpersoon heeft als slechte eigenschap dat hij een optimist is – hij is vol van hoop. Te vol. Hij komt erachter dat er een oude vrouw op zolder woont, die al 60 jaar een writer’s block heeft. Haar eerste boek verkocht 32 miljoen exemplaren, dus waar moet ze nu over schrijven.’ Na dit komische interview zal Auslander veel mensen enthousiast gemaakt hebben voor zijn boek met de titel: Anne Frank leeft en woont op zolder.

Murat Isik. CB12
Paul Buchanan, CB12

Flitsen

Ook Murat Isik krijgt veel bijval in de kleine zaal van NT, zo’n tachtig man komen op deze prozadebutant af die gloedvol voorleest uit zijn fictieve historische roman over zijn voorvaderen in Turkije; Verloren grond. Dat terwijl er juist opvallend weinig mensen afkomen op de best wel leuke Nederlandstalige pop van De Meisjes die een blues in vitaminen C spelen over de held van de Betuwe: Flipje van Tiel. In de gang trekken twee gasten hun gruisblues uit, als Two Gallants and one cameraman, CB12Two Gallants uitgeklede versies doen van hun bluesrock. Wat opvalt, is dat de mannen onder al dat gruis (op plaat en later met grote versterkers in de kids-tent) geweldig goed kunnen samen zingen. Met ‘Winter’s Youth’ krijgen ze zelfs de rumoerige barruimte van NT stil. Hannah Cohen ondertussen droomt lekker weg in de Duitse kerk. Haar hoge stem en folkliedjes werken betoverend. Wat geen compliment voor Cohen is, want de zweverigheid in sound zit ook in de composities: haar liedjes hebben kop noch staart, vliegen het ene oor in en het ander uit. Wel een mooie stem, die zeker als de violist en gitarist plaatsmaken voor een toetsenist die een kerkorgel nadoet, sterk aan Susanna & The Magical Orchestra doen denken. Waar zijn die eigenlijk gebleven? Compleet vergeten? Net als het bewateren van mijn basilicumplantje. Zouden de blaadjes morgen nog op de lasagne kunnen? Dat soort gedachten dus: geen pakkende liedjes van Hannah Cohen. Als Laura Marling de zangeres van The XX zou zijn, hoe zou dat klinken? En nu zijn we weer terug bij de goed doordachte gedachten. Want Daughter komt behoorlijk in de buurt van een antwoord op die vraag. De band rond Elana Tonra heeft goed naar The XX geluisterd (of zou die spannende joydivision-achtige soundscapemuziekjes gewoon in het Britse kraanwater zitten?) en de frontvrouw klinkt, toevallig of niet, behoorlijk naar Marling. De combi is heel spannend en zeker talentvol, maar ook hier schort het nog aan genoeg goed songmateriaal om langer te boeien. Over twee jaar nog eens programmeren, als ze dan nog te betalen zijn. Dan nu over van de Buchanan-zaal naar The Royal waar Paul Buchanan optreedt. Sinds zijn band The Blue Nile stopte, speelde hij nog maar twee keer live. Toch is hij hier en in Antwerpen om zijn zeer serene songs van zijn solocd te brengen. Dat doet hij gloedvol. Hij laat elke noot uitklinken tot deze de nok van de grote Schouwburgzaal heeft bereikt – pas dan begint hij aan de volgende noot. Het publiek krijgt een lesje in Treurig Worden Door Schoonheid. Later op de avond volgt les twee.

Net als je denkt dat het oude (20e eeuwse) Crossing Border-gevoel niet meer bestaat: de hele avond bestaat uit óf muziek óf literatuur, kom je Omar Musa tegen. De Maleis/Australische rapper dicht tussen zijn raps in of rapt tussen zijn gedichten in. De ware crossover en ook nog eens een oppeppend, energiek, in-your-face optreden. Wat een verademing tussen al die verstilde folk. CB, mogen we volgend jaar aub minder folk (hoe goed ook) en meer lyrical soul, rap, hiphop? Zeker als deze van het hoge niveau van slamkampioen Musa zijn. Haal van mij part Michael Franti uit de mottenballen.

Omar Musa, CB12

‘De vorige keer dat ik in een kerk voorlas, was het 1 Korinthe 13.’ Schrijver Arjan Visser geeft het publiek de kans om te kiezen: ‘Zal ik voorlezen uit mijn roman Hotel Linda of erover vertellen?’ Het publiek is in afwachting van Beth Orton en checkt de hashtag #CBDH of er in een andere zaal nog snel iets leukers is te zien. Visser kiest uiteindelijk zelf en doet beiden, waarbij hij moeite heeft een punt te vinden in zijn boek - zo lang lijkt het voorlezen te duren. Of ligt het aan mezelf: kan ik nou niet even, als een net mens, mijn aandacht bij de les houden. Of ben ik moe en moet ik naar… Beth Orton was verdwenen van de radar, was tien jaar niet op een Nederlands podium te zien, bracht zes jaar geen nieuwe plaat uit. Maar ze is terug, met een prachtcd (Sugaring Season) en met les twee van deze avond over De Schoonheid van Treurige Songs. Ondanks schorre stem (breekbaar is het woord, als je het breekbaar noemt is het minder negatief en is het congruent met haar dito liedjes), en ondanks het kwijt zijn van haar capo en ondanks het elke keer weer ontstemd zijn van haar gitaar. Ondanks het af en toe weglopen van publiek en dankzij het feit dat Beth ze naroept en als de kerkdeuren dichtvallen uitscheldt. Ondanks de schuchtere praatjes tussen songs door en dankzij de complete ingetogenheid tijdens de songs, herovert Beth mijn hart. Haar violist/gitarist/tweede-stemist vult haar wonderschoon aan. Je zou ze zo in je huiskamer willen zetten en dan als de regen op de ruiten klettert, de haard of de cv eigenlijk aan zou moeten, dan dan. Dan gaan zij spelen en wordt alles warm, van de schoonheid, van de treurnis. Van de treurige schoonheid, van de schone treurigheid. En dan als ze uitgespeeld zijn, naar bed.

Call me the day
Call me the night
Call me the dark
Call me the light

Call me the wind
Call me the breeze
Call me the north
The south, the west, the west

Tekst en foto's: Ricco van Nierop