de Recensent 15-12-00
 
 

Schrijven uit een heimweegevoel:


 
 

de andere wereld van Alfred Schaffer

Internet neemt afstanden weg. Alfred Schaffer (27) is naar eigen zeggen de eerste Nederlandse dichter die via enkel e-mailcontact debuteert. Hij woont in Zuid-Afrika waar hij aan de Universiteit van Kaapstad werkt aan een promotieonderzoek over de adolescent in Afrikaanse gedichten (Phd). Een paar weken terug verscheen bij uitgeverij Thomas Rap zijn debuutbundel 'Zijn opkomst in de voorstad.' In november was hij in Nederland, onder meer vanwege het Crossing Border Festival in Amsterdam.

"Het gaat zo langs me heen, ik heb daar een heel ander leven in Kaapstad. Nou had ik me wel eens voorgenomen dat wanneer ik ooit weer in Nederland zou zijn, iets met die gedichten wilde doen, maar had er nooit speciaal een behoefte aan. Toen schreef Thomas Rap, onderdeel van De Bezige Bij, dat ze me ontzettend graag wilde uitgeven nadat ik eigenlijk maar in drie tijdschriften gestaan had. Het begon met Vrijstaat Austerlitz; een redactrice ging weg, maar zei het leuk te vinden als ik nog een paar gedichten stuurde. Dat heb ik gedaan en in dezelfde tijd kwam ik via mijn vroegere leraar Nederlands Eep Francken bij het tijdschrift Tortuca terecht waar een oud-leerling van hem redactielid was. De gedichten uit Vrijstaat Austerlitz zijn later in de bloemlezing 'Sprong naar de sterren, de laatste generatie dichters van een eeuw' verschenen. Dat was fantastisch natuurlijk met al die grote namen erbij. Ja, en dan begint het balletje opeens te rollen. Niet lang nadat ik in Bunker Hill stond, mailde Jasper Henderson - mijn huidige redacteur bij de Bezige Bij - of ik mee wilde doen aan het Crossing Border Festival in Amsterdam. Over uitgeven, zo zei hij, kon hij nog niets zeggen. Maar dat had ik niet eens gevraagd! Ik zit op zo'n afstand, ik had geen idee. Een week daarna lag een stapel gedichten bij de uitgever en binnen no-time was de kogel door de kerk.
   Hoe stel je een bundel samen? Daar had ik dus geen idee van. Behalve mijn vriendin, die ook mijn grootste fan is, kon niemand me helpen, iedereen in deze regio van Zuid-Afrika praat Afrikaans, Engels of Xhosa. Er moest een titel komen, bovendien is het heel moeilijk om je eigen gedichten te thematiseren. Ik was daar erg onzeker over. Ik had een versie gemaakt met indeling en een zonder. Samen met Jasper heb ik besloten voor de indeling te kiezen. Het middengedeelte gaat vooral over dood, letterlijk en figuurlijk, het derde deel is een soort uitweg uit dit leven, uit de literatuur, eigenlijk verschillende oplossingen om ontdekkingen te doen. Het begin staat wat mij betreft erg in de actualiteit en gaat over angst op verschillende vlakken. Het belangrijkste, vertelde Antjie Krog (bekende Zuid-Afrikaanse dichteres - DD) ooit tegen me, is dat je affiniteit houdt met je gedichten. Je moet zelf achter de gedichten staan in zo'n bundel. Bovendien was de uitgever ontzettend makkelijk daarin.
   In feite is het heel gek gegaan, ik was altijd al geïnteresseerd in poëzie, ik heb Nederlandse Literatuur en Letterkunde gedaan, maar misschien was ik er nog niet helemaal klaar voor, want in die tijd heb ik me nooit echt verdiept in literaire tijdschriften hoewel ik ze heel makkelijk kon inzien. Wellicht uit een soort heimweegevoel ben ik meer Nederlandse poëzie en tijdschriften gaan lezen toen ik eenmaal in Kaapstad zat in '96. Het Afrikaans heeft toch wel op een manier invloed gehad, niet omdat ik Afrikaans schrijf, maar doordat ik meer moet zoeken naar de goede formulering, veel preciezer. Ik zie dat als een voordeel. Ook de grote afstand waarop ik zit van Nederland, werkt daar aan mee; ik heb natuurlijk een afgesloten talenkennis van het Nederlands, alsof je de woorden recyclet.
Alfred Schaffer    Het zou kunnen dat dit een reden is voor mijn vrij sobere, heldere stijl, alhoewel ik daar echt naartoe gegroeid ben. Op een gegeven moment is schrijven toch wel schrappen. Sinds ik Nachoem M. Wijnberg en John Ashbery ontdekte, heeft mijn schrijven definitieve vormen aangenomen, heb ik een eigen stijl ontwikkeld waar ik voorheen nogal eens zwalkend was. Ik heb een ontzettende hekel aan iets wat neigt naar een cliché zoals "pijn" en "dood" en "tranen". Dat is moeilijk temeer ik soms best hou van de verstaanbaarheid van podiumdichters als Hagar Peeters, maar ook vind dat er een intrige en mysterie in een gedicht moet zitten. Het feit dat ik een Zuid-Afrikaanse vriendin heb, heeft er zeker toe bijgedragen dat ik mijn gedichten makkelijk vertaalbaar wil laten zijn. Ik vind het fijn dat zij die dingen ook kan lezen.
Moderne poëzie gaat niet over begrijpen vind ik, ook in goede herkenbare poëzie zitten gaten, dat heeft misschien wel te maken met het leven dat de mens is gaan leiden de afgelopen vijftig jaar, het snellere en fragmentarische leven. Zelfs bij mensen als Kopland en De Coninck die zogenaamd traditionele poëzie schrijven, zie je dat. Ik merk het nu bij mijn vader die nog van Bertus Aafjes en Jaques Perk houdt, aan dingen waarvan je zegt, nou dat zal hij wel begrijpen, en dat hij het dan toch moeilijk vindt. Ik denk dat het een teken van de moderniteit is.
De beste poëzie is geschreven op een manier waarin de dichter zich niet bewust is van die tijdsgeest. Zo wilde de vijftigers als beweging bepaalde dingen, maar zodra Lucebert achter zijn schrijftafel zat om een gedicht te maken, had hij toch waarschijnlijk weer dezelfde problemen als elke andere dichter. Hij had misschien niet zo goed kunnen schrijven als hij van te voren wist wat er uit zou komen. Ik heb het idee dat zelfs dichters als die vijftigers of bijvoorbeeld Paul van Ostaijen niet altijd zicht hadden op hun ideeën, hoe uitgesproken ze ook naar voren komen. Er blijft altijd een soort onwetendheid van de dichter zelf aanwezig.
Er zullen ongetwijfeld autobiografische elementen in mijn gedichten zitten. Het gedicht 'En dan stopt het' gaat natuurlijk duidelijk over de Antillen waar mijn moeder vandaan komt en mijn vader die ik daar zie rondlopen. Mijn moeder en zusje zijn helaas overleden, mijn vader is al redelijk op leeftijd, hij is 78 en is er een tijd nogal slecht aan toe geweest. Nu wil het niet zeggen dat het makkelijk is om over de dood te schrijven wanneer je dit hebt meegemaakt van dichtbij. Maar dat soort dingen zullen er op een subtiele manier wel doorkomen, net als mijn gemis en het geworstel tussen twee culturen, dat steeds grotere ontheemde gevoel; ik voel me daar thuis, maar ook hier. Toen ik in Zuid-Afrika kwam, was ik totaal overdonderd. Omdat het een heel erg mooi land is, met ontzettend veel aardige mensen, en tegelijkertijd een land met een politieke situatie die moeilijk is, met criminaliteit, met armoede. Het is een spannende periode, het land is zo in transitie, enorm boeiend om dat allemaal mee te maken, om je daarin thuis te voelen. Zuid-Afrika is geen Eerste Wereld land en niet alles is vanzelfsprekend. Voor mij is het een leven met een constant schuldgevoel; het feit dat jij als "rijke" buitenlander een leven hebt dat veel mensen daar niet hebben, waar mensen voor je deur op straat slapen zelfs. Het is een land voortdurend op zoek naar een plaats. Ik zie het ook wel aan bepaalde Zuid-Afrikaanse poëzie die vanuit een strugglecultuur komt. Het is poëzie die meer bewust is van zichzelf, van haar taak, van haar onmacht.
Afrikaanstalige poëzie en ook de Afrikaanstalige romankunst zijn vaak zoekend naar een identiteit, ze zijn bezig met de grond, met het landschap. Het is dikwijls hele melancholische poëzie, heel mooi gedaan. Afrikaans bevat veel plastisch taalgebruik, het is kneedbaar, veel meer dan het Nederlands. Daarom zie je ook duidelijker dan in de Nederlandse poëzie dat verschillende dichters echt hun eigen idioom hebben.
Tot mijn Phd is afgerond, over hoogstens twee jaar, blijf ik in Zuid-Afrika. Dan ga ik weer terug naar Nederland, al is het misschien niet voor altijd. Maar mijn vriendin vindt het fantastisch in Nederland. Zo had Jasper geregeld dat ik tijdens het Crossing Border Festival een aantal nachten op een woonboot kon met haar. Amsterdam is natuurlijk al gaaf en dan nog eens op z'n Amsterdams wonen, mooier kan het niet. Bovendien voelt ze zich hier een stuk veiliger, want dat is daar op een gegeven moment best vermoeiend; haar moeder die een paar maanden geleden nog 's avonds een pistool tegen haar hoofd gedrukt kreeg, zoveel verkrachtingen per dag, AIDS, de bomaanslagen in Kaapstad en dat soort dingen. En ikzelf wil mijn vader nog een tijdje meemaken, we hebben het daar veel over. Ik hoop dat hij nog wel vijftien jaar leeft, maar je weet het nooit natuurlijk. In ieder geval is poëzie niet het belangrijkste in mijn leven, ik wil ook iets anders doen dan alleen maar lezen en schrijven. Misschien ga ik wel een jaar op een schip werken of zo, als taxichauffeur aan de slag, dat maakt me echt niet uit."


 
Danny Degenaar
 
 

Lees hier de recensie over 'Zijn opkomst in de voorstad'


 
 
terug naar de hoofdpagina